Mictietraining

Doel van mictietraining is het beheersen van de mictiereflex waardoor zowel te korte mictie-intervallen als de blaascapaciteit worden vergroot.

Door die urinedrang geeft de blaas aan dat het weliswaar nodig is om te gaan plassen, maar dat dit nog niet meteen hoeft te gebeuren. Doorgaans is er voldoende tijd om naar het toilet te gaan. Dat is echter problematischer voor mensen die vanwege hun leeftijd of aandoeningen aan een aandrangsyndroom leiden.

Dan komt de mictietraining in beeld. Mensen die last hebben van dat aandrangsyndroom moeten gemotiveerd worden om rustig te blijven wanneer zij aandrang voelen en om zich er goed op te concentreren om dat gevoel te onderdrukken. Die urineaandrang kan beter onderdrukt worden wanneer de betrokkenen geleerd hebben om de bekkenbodemspieren aan te spannen.

Het is van groot belang dat patiënten tijdens de training de zekerheid hebben dat er geen “vervelende ongelukjes” kunnen plaatsvinden. Dat is gelukkig mogelijk dankzij het gebruik van de juiste absorberende incontinentieproducten. Dat gevoel van zekerheid geeft tevens de motivatie om een eenmaal begonnen training ook af te maken. Bij die training is het de bedoeling dat het interval tussen het moment dat de aandrang gevoeld wordt en de feitelijke urinelozing langzaam vergroot wordt - elke drie tot vier dagen met ongeveer 20 minuten. De training duurt net zo lang tot er een voor de leeftijd adequate blaascapaciteit met acceptabele mictie-intervallen zijn bereikt.

 

Mictiedagboek ofwel plasdagboek 

Het bijhouden van een mictieprotocol ookwel mictiedagboek of plasdagboek genoemd, verschaft een arts belangrijke informatie over drinkgewoonten, urinelozingen (“micties”) en het incontinentiepatroon. Hiervoor noteert de patiënt of de verzorger gedurende een aantal dagen het tijdstip van de toiletbezoeken, de mictiehoeveelheid en het eventuele onvrijwillige urineverlies.
 

Klik op de afbeelding om het mictiedagboek te downloaden