Compressieverband als basisbehandeling

Als acute of initiële behandeling van alle flebologische ziektebeelden wordt het exact passende compressieverband aanbevolen; voor de onderhoudsbehandeling wordt de compressiekous aanbevolen. Veel patiënten kunnen alleen met compressietherapie succesvol worden behandeld. Beslissend voor de therapeutische effectiviteit is echter dat de verschillende verkrijgbare compressiematerialen zoals windsels en kousen overeenkomstig de indicatie worden toegepast.

Bij elke behandeling van ulcus cruris venosum moet compressieverband als basisbehandeling worden overwogen, omdat de effectiviteit hiervan causaal ingrijpt in het ziektegebeuren. Compressietherapie op het been veroorzaakt:

  • een vernauwing van de suprafasciale venen met op zijn minst gedeeltelijk herstel van klepfunctie;
     
  • een afsluiting van de insufficiënte perforerende venen met gelijktijdige voorkoming van reflux van sub- naar suprafasciaal, evenals opheffing van schadelijke ‘schuifkrachten’ bij de spiercontractie;
     
  • bij juiste techniek vermindering van het lumen van de diepe en musculaire venen met als gevolg een vermindering van de dode ruimte, een versnelling van de bloedstroomsnelheid evenals een zekere vervanging of herstel van de klepfunctie bij behouden kleppen of klepresten;
     
  • een toename van de weefseldruk met verhoging van de reabsorptie in de eindvaten en in de lymfevaten tot gevolg;
     
  • een versterking van de fascia als tegendruk tegen het spierstelsel met als gevolg een verbetering van de spierpomp en een zelfmassage van het weefsel bij beweging.
     

Schematische weergave van een
insufficiënte vene (links) en de
vernauwing door het compressieverband
(rechts)

 

 

 

 

 

 

Daarnaast heeft de versnelling van de bloedstroomsnelheid een antitrombotische werking en in combinatie met de beoogde ontstuwing een antiflogistische werking.

Bovendien maken met name verbanden met een hoge arbeidsdruk dankzij hun lage rustdruk een beluchting mogelijk van de kleine vaten bij spierontspanning. Hierdoor vullen deze zich weer met arterieel bloed, terwijl ze bij de spiercontractie door de hoge arbeidsdruk werden uitgeknepen. Door deze wisselwerking neemt de bloedsomloop in de nutritieve vaatdelen van de eindvaten toe en leidt op die manier tot een wezenlijke verbetering van de stofwisseling.

Compressietherapie is dan ook raadzaam bij alle aandoeningen met oedeemneiging, bij tromboflebitis, diepe trombose, posttrombotisch syndroom, primaire varicosis zonder en met insufficiëntie van het perforerende systeem en bij alle ontstaansvormen van ulcus cruris venosum.

De voorwaarden voor de werkzaamheid van een compressieverband worden hoofdzakelijk geschapen door de natuurkundige eigenschappen van het gebruikte compressiemateriaal qua stevigheid en rekbaarheid evenals door de specifieke aanlegtechniek. Echter altijd moet in acht worden genomen dat het compressieverband pas volledig effectief is als het wordt gecombineerd met actieve beweging!

In sommige situaties blijkt compressietherapie echter ook zijn beperkingen te hebben: hoewel pAVK niet geldt als absolute contra-indicatie, mag compressietherapie in dit geval uitsluitend worden uitgevoerd na kennis van de arteriële druk (let op: arteriële enkeldruk lager dan 70 mmHg).

Met name diabetespatiënten met mediasclerose lopen risico, aangezien echografische drukmetingen in dit geval nietszeggend zijn. Als er bovendien sprake is van neuropathie, ondervindt de patiënt geen pijn, zodat ook dit ‘waarschuwingssignaal’ ontbreekt.

Bij latente hartinsufficiëntie kan de plotselinge verhoging van de veneuze terugstroom door de compressie decompensatie van het rechterhart veroorzaken.

Ten slotte is het compressieverband nagenoeg effectloos, als er door reeds 10 jaar bestaande ulcera met regelmatige recidiven verstijving is opgetreden rond het spronggewricht door een dermatofibroom.