Bijverschijnselen bij diabetici met voetcomplicaties

De gemiddelde leeftijd van diabetici met voetwonden ligt boven de 65 jaar.85, 86 De zonder uitzondering matige behandelresultaten vinden hun oorzaak onder meer in de multimorbiditeit van deze patiënten: patiënten met voetwonden lijden in belangrijke mate aan aandoeningen van de grote slagaders en de gevolgen van diabetische microangiopathie. Bij patiënten met diabetes type 1 komen in vergelijking met patiënten met diabetes type 2 die voetwonden hebben, vaker een diabetische retinopathie, een autonome diabetische neuropathie en een diabetische nefropathie voor. De laatstgenoemde patiënten hebben weer vaker een aandoening van de kransslagaders en perifeer arterieel vaatlijden (PAV).85 Bij 243 patiënten van een ziekenhuis in Dortmund bleek 80% van de ulcuspatiënten een neuropathie te hebben, circa 50% een nefropathie, een retinopathie en een coronaire hartkwaal, 22% een aandoening van de slagaders die de bloedtoevoer voor de hersenen verzorgen en bijna 70% perifeer arterieel vaatlijden.87 Voor de patiënten in het Marienkrankenhaus in Soest golden soortgelijke cijfers: neuropathie 80%, nefropathie 65%, retinopathie 55%, myocardinfarct 19%, beroerte 20% en PAV 56%.

Bij patiënten die last hebben van perifeer arterieel vaatlijden, is het risico op een gelijktijdige aandoening van de kransslagaders tweeënhalf maal zo groot als bij patiënten zonder een aandoening van de vaten in het been. Met name bij vrouwen verloopt de ziekte vaak zonder dat er symptomen optreden.88 Vooral gangreen aan de tenen moet als een uiterst ongunstige prognose voor de overlevingskans van de patiënt beschouwd worden. De gemiddelde overlevingstijd van deze patiënten bedraagt minder dan achttien maanden. In het genoemde onderzoek kwamen onder de vroegtijdig gestorven patiënten significant vaker rokers (82% vs. 45%) en personen voor die een amputatie moesten ondergaan (64% vs. 27%), in vergelijking met de patiënten die een gunstigere overlevingskans hadden.86

Er bestaat ook een duidelijk verband tussen een verhoogd eiwitverlies in de nieren (microalbuminurie, proteïnurie) en het voorkomen van ulcera bij diabetici.

De abnormale albumineafscheiding van de nieren bij patiënten met diabetes type 2 heeft weliswaar haar oorsprong in de nieren, maar weerspiegelt een vasculair proces dat zowel de lichaampjes van Malpighi als de binnenste wand van de grote bloedvaten betreft. De microalbuminurie is daarom enerzijds een aanwijzing voor een progressieve nieraandoening en anderzijds een voorspellende factor voor een gegeneraliseerde arteriosclerose en voor een vroegtijdig overlijden.89 Een verhoogde albumineafscheiding komt het vaakst voor bij patiënten met ischemische en neuro-ischemische wonden. Ook bij patiënten met uitsluitend neuropathische ulcera treedt het in vergelijking met diabetici zonder ulcera vaker op.90

Typisch beeld van de achterwand van
het oog bij proliferatieve diabetische
retinopathie: op grond van de beperking
van het gezichtsvermogen geldt
deze aandoening als risicofactor voor
voetcomplicaties

 

 

 

 

 

Een diabetische retinopathie speelt bij voetpatiënten in meerdere opzichten een belangrijke rol. Enerzijds vormt ze een risicofactor voor de ontwikkeling van voetwonden (zie ook “Risicofactoren voor voetcomplicaties bij diabetici”), anderzijds hebben patiënten met diabetes type 2 op het moment van diagnosestelling al vaker te maken met een combinatie van beide aandoeningen.11 Als er bovendien nog sprake is van arterieel vaatlijden, nemen ook bij deze patiënten de overlevingskansen aanzienlijk af: na vijf jaar was meer dan 80% van hen overleden.91

Met name bij pati??nten met diabetes type 2 die roken, komen beide aandoeningen op het moment van diagnosestelling al vaak voor.

De grote frequentie van bijkomende micro- en macrovasculaire aandoeningen bij pati??nten met voetulcera toont de dringende noodzaak aan alle mogelijke middelen toe te passen om deze aandoeningen vroegtijdig vast te stellen en consequent te behandelen. Zo neemt niet alleen de kans toe dat de voetwond met een positief resultaat behandeld kan worden, maar ook dat het lot van de betreffende pati??nt gunstig kan worden be??nvloed.