Ontwikkeling van decubitus - een multifactorieel proces

Immobiliteit en de daaruit voortvloeiende abnormaal lange blootstelling aan druk is zonder twijfel de belangrijkste causale factor in de pathogenese van doorligwonden.
Maar er bestaat nog een groot aantal andere patiëntgebonden risicofactoren die een rol spelen bij de ontwikkeling van doorligwonden en die het proces bijzonder complex en moeilijk te definiëren maken. Bij het behandel- en zorgplan wordt daarom getracht op holistische wijze in te spelen op de behoeften van de patiënt en de doorligwond niet zozeer als een op zichzelf staand verschijnsel te behandelen.

Een decubitus ulcus wordt omschreven als een beschadiging van de huid die ontstaat door aanhoudende lokale blootstelling aan druk. Het ontwikkelingsproces kan in grote lijnen als volgt geschetst worden:
 

Tijdens het zitten of liggen oefent het menselijk lichaam druk uit op het oppervlak waar het op rust, dat weer tegendruk uitoefent op de huid. De mate van tegendruk varieert, afhankelijk van de hardheid van het ondersteunende oppervlak, maar ligt meestal boven de fysiologische capillaire arteriële druk van circa 25-35 mmHg. Gedurende korte periodes kan de huid hogere druk verdragen. Als de druk echter blijft aanhouden, leidt het samendrukken van de haarvaatjes die het bloed naar de huid in kwestie vervoeren tot een verminderde bloedtoevoer en zuurstoftekort (hypoxie). Het lichaam reageert op deze beginnende schade door drukpijn te produceren als waarschuwing, waardoor een gezonde persoon die in staat is om zich te bewegen van houding zou veranderen om de druk op de huid te verlichten.
Zelfs de kleinste beweging is voldoende om de druk te verminderen en de belemmerde bloedsomloop weer te activeren. Deze drukpijn treedt ook onwillekeurig op tijdens het slapen, daardoor ontwikkelen mensen die zich kunnen bewegen geen doorligwonden.

Als mensen de waarschuwende pijn echter niet voelen, bijvoorbeeld door bewusteloosheid, anesthesie, vergevorderde dementie en/of als ze niet meer sterk genoeg zijn om zelf te bewegen bij pijn, blijft de druk op de huid bestaan. De belemmerde bloedcirculatie verslechtert en leidt tot een opeenstapeling van giftige metabolismeproducten in het weefsel, evenals een verhoogde capillaire doordringbaarheid, vasodilatatie, cellulaire infiltratie en oedeem.

Oorzaak van doorligwonden:
gedurende korte periodes kan de huid hoge druk verdragen zonder daar schade van te ondervinden. Als de druk echter blijft aanhouden, worden de betrokken huidcellen volledig ischemisch door de verslechterende bloedcirculatie en sterven ze af.

Als de druk volledig van de huid wordt gehaald, kunnen de cellen zich nu nog volledig herstellen, omdat de ontstekingsreacties de afvoer van de giftige metabolismeproducten bevorderen. Als de druk echter aanhoudt, zullen de verergerende ischemie en hypoxie leiden tot het onomkeerbare afsterven van de huidcellen met necrose en ulcusvorming.
De belangrijkste oorzaken van doorligwonden zijn dan ook de factoren druk en tijd die op een bepaald stuk huid van toepassing zijn.
Klinisch relevante factoren in dit opzicht zijn de mate van druk en de tijdsduur. Veel druk leidt eerder tot beschadigd weefsel dan weinig druk. Voor wat betreft de factor tijd worden pieken van hoge druk gedurende een korte periode goed verdragen door de huid. Een aanhoudende druk die slechts iets boven de capillaire druk ligt beschadigt de huid daarentegen al na een paar uur. Dit feit heeft praktische gevolgen: voor profylaxe dienen patiënten met risico van doorligwonden uiterlijk elke twee uur te worden gekeerd.
Deze gemiddelde huidtolerantie wordt echter altijd beïnvloed door verschillende patiëntgebonden risicofactoren, zoals de mate van immobiliteit, de conditie van de huid, verschillende algemene aandoeningen, etc.

De verschillende specifieke risicofactoren en de rol die ze spelen bij het veroorzaken van doorligwonden komen aan bod in “Risicofactoren voor decubitus”