Persoonlijke beschermingsmiddelen

Ook persoonlijke beschermingsmiddelen vallen onder de algemene voorzorgsmaatregelen in uw werk. Beschermingsmiddelen kunnen zijn:

handschoenen;
beschermingsmasker;
beschermingsjas of -schort.

Gebruik handshoenen

Draag handschoenen in die gevallen waarbij de handen in contact kunnen komen met bloed, lichaamsvloeistoffen, slijmvliezen, uitscheidingsproducten (feces en urine), niet intacte huid of behandelmaterialen die (mogelijk) besmet zijn.
Gebruik handschoenen eenmalig en bij een zelfde cliënt.
Trek ze na gebruik direct uit en gooi ze direct in de afvalemmer.
Vermijd tijdens het dragen van handschoenen contact met deurknoppen, telefoon, apparatuur, toetsenborden, et cetera.
Desinfecteer de handen na het uittrekken van de handschoenen.
Draag, daar waar dat staat voorgeschreven, nitril handschoenen die voldoen aan de volgende normeringen: NEN-EN 374 (beschermende handschoenen tegen chemicaliën en micro-organismen), NEN-EN 420 (beschermende handschoenen – algemene eisen en beproevingsmethode) en NEN-EN 455 (medische handschoenen voor eenmalig gebruik). Overal waar in de rest van deze richtlijnen handschoenen staat, wordt bedoeld schone nitril handschoenen.

Motivatie:
Nitril wegwerphandschoenen worden niet aangetast door alcohol, bieden een goede bescherming tegen micro-organismen en chemicaliën en ‘pinholes’ (zeer kleine gaatjes) in de handschoen worden sneller gesignaleerd. Door het gebruik van nitril handschoenen in plaats van latex wordt voorkomen dat medewerkers een latexallergie opbouwen en worden problemen voorkomen bij cliënten met een latexallergie.