Vasculitis

Vasculaire beschadiging door auto-immunologische ontstekingprocessen

Opmerkingen

Met de term vasculitis wordt doorgaans een groep van inflammatoire aandoeningen samengevat die zich aan de vaatwand van verschillende soorten vaten manifesteren. Vasculitis leidt gewoonlijk tot vernietiging van het betreffende bloedvat en afsterving (necrose) van het omliggende weefsel. De Chapel-Hill-classificatie (Jennette et al., 1994) is klinisch het meest gangbaar en is ingedeeld naar verschillende vaatsegmenten.

Vasculitis Getroffen bloedvaten Beschrijving
Leukocytoclastische vasculitis Postcapillaire venolen Heterogene groep van vasculitisaandoeningen die worden geassocieerd met overgevoeligheid (medicijnen, infectieverwekkers, neoplasieën, auto-immune bindweefselaandoening, dysproteïnemie)
Polyarteritis nodosa Middelgrote of kleine arteriën Necrotiserende ontsteking met palpabele purpura, noduli en ulcera
Granulomatose van Wegener Capillairen, venolen, arteriolen en arteriën Granulomateuze ontsteking van de bovenste luchtwegen, longen, nieren en necrotiserende vasculitis van de kleine tot middelgrote huidvaten
Nodeuze vasculitis Subcutane bloedvaten De chronische vorm gaat vaak gepaard met subcutane bilaterale noduli die bij een ulceratie sereus, olieachtig vocht kunnen afscheiden

Het uitgangspunt van een vasculitis zijn erythemateuze huidlaesies, die in de meeste gevallen voelbaar zijn en gepaard gaan met het ontstaan van een niet wegdrukbaar erytheem. Het niet wegdrukbare erytheem is een goede aanwijzing voor vasculaire schade en lekkage van erytrocyten (extravasatie). In het latere verloop kleuren de laesies donkerblauw tot zwart en kunnen ze met necrotisch weefsel aan de rand van de wond en de ulcusbodem ulcereren. Voor het inleiden van een systemische immunosuppressie moeten alle mogelijke klinische tests worden verricht om tot een correcte diagnose te komen.

Behandelingsadviezen

Het is belangrijk dat voorafgaand aan een therapie met immunosuppressiva de juiste diagnose wordt gesteld. Als eenmaal met immunosuppressie begonnen is, zijn de laboratoriumwaarden nog maar moeilijk te interpreteren, vooral als de referentiewaarden weer zijn bereikt. In de meeste gevallen wordt lange-termijn-immunosuppressie gehandhaafd, al gaat dit helaas wel gepaard met verschillende bijwerkingen. Een behandeling met corticosteroïden kan bijvoorbeeld leiden tot “Morbus Cushing”.

Voor de genezing van de wond moet overmatige ontstekingsactiviteit worden teruggebracht naar een omvang die de vorming van granulatieweefsel mogelijk maakt. Pas dan kan de wond genezen, zij het met aanzienlijke vertraging.