Algemene principes van de aanlegtechniek

Algemene principes van de aanlegtechniek

De compressietherapie met verband ondersteunt de spierpomp, maar komt pas tot volledige werking in combinatie met actieve beweging. De behandeling moet derhalve in de regel ambulant worden uitgevoerd. Eveneens moet bedrust van de patiënt worden voorkomen. Langdurig zitten is echter nog ongunstiger dan liggen.

Bij het aanleggen van het verband moeten de volgende principes in acht worden genomen:

  • Een goed verband moet het been aan alle kanten stevig omsluiten;
  • De druk van het verband moet van distaal naar proximaal gelijkmatig afnemen;
  • Het verband mag nergens drukken of zelfs insnoeren.

 

Elk verband dat aan deze eisen voldoet, is onafhankelijk van de toegepaste methode juist en goed. Altijd geldt dat de zwachtel zich moet aanpassen aan het been, niet het been aan de zwachtel. Dit wordt echter alleen bereikt als beide zijden van de zwachtel steeds even sterk worden aangespannen en de zwachtel rechtstreeks op het been wordt gemodelleerd. Hiertoe moet de zwachtel op het onderbeen direct op de huid worden afgerold en mag deze alleen in afrolrichting worden aangelegd. De daarbij aanvankelijk optredende gaten moeten later worden gedicht.

Afhankelijk van de omvang van het been is een zwachtel met een breedte van 8 of 10 cm het meest geschikt.

Onderstaande regels zijn onontbeerlijk:

1) Basis voor de werkzaamheid van de compressie is het juiste drukverloop. De druk is het hoogste rond de enkel en neemt richting de knie gelijkmatig af.

2) De zwachtel moet op juiste wijze in de hand worden genomen, ..

3) .. want alleen zo kan deze op het been worden afgerold. Als de zwachtelrol van de huid wordt getild, gaat de gelijkmatige spanning verloren en kunnen er knellende strepen ontstaan. Ook de gelijkmatige drukverdeling loopt gevaar. Een te zwakke druk rond de enkel en een te sterke druk rond de kuit stuwt nog meer dan een kousverband.

4) Voor het aanleggen van het verband moet het spronggewricht in een rechte hoek worden gehouden.

De zwachtel wordt zodanig in de hand genomen dat het opgerolde deel van het verband boven ligt en naar buiten wijst. Alleen op deze wijze kan deze op het been worden afgerold. Als de zwachtelrol daarentegen van de huid wordt getild, gaat de gelijkmatige spanning verloren en kunnen er knellende strepen ontstaan. Hierdoor loopt ook de juiste, van distaal naar proximaal afnemende drukverdeling in gevaar.

Voor het aanleggen van het verband wordt het spronggewricht in een rechte hoek geplaatst en wordt het onderbeen ca. 90° gebogen. Het aanleggen van het compressieverband begint bij de teengewrichten. Ook de hiel wordt zorgvuldig verbonden. De huid van de tenen wordt hierbij enigszins cyanotisch. Bij het lopen wordt de huid echter bij elke stap anemischer, om zich vervolgens bij ontlasting weer te vullen met bloed. De pompwerking van het verband kan hier dus direct worden waargenomen.

1) De hiel wordt in middenpositie
van het spronggewricht in een
hoek van 90° ingezwachteld.

2) Ter versterking van de lokale
druk moeten diepere plekken en
holkelen worden gepolsterd met
stevige pelotten.

De druk van een zwachtel neemt toe naarmate de kromming toeneemt. Botuitsteeksels (enkels), scheenbeenranden en achillespezen moeten zijdelings gepolsterd worden om de daar aanwezige holtes te egaliseren en zo de lokale druk te verlagen. Omgekeerd kan de plaatselijke druk worden verhoogd, als de kromming wordt vergroot door een stevig kussen. Holkelen zoals de ‘coulissen van Bisgaard’ moeten niet slechts losjes worden gevuld, maar zo worden gepolsterd met stevige pelotten, dat het verband daarover enigszins naar voren gewelfd kan worden aangelegd. Ook over het ulcus zelf moet de werking van het compressieverband worden versterkt door pelotten, die de randen van het ulcus duidelijk overlappen.

Om schuren van het verband in de knieholte te voorkomen, moet het verband ongeveer twee vingers breed onder de knieholte eindigen. Daarom moet ook het onderbeen bij het verbinden in een rechte hoek zijn gebogen. Eventueel is het raadzaam om de knieholte extra te beschermen met zacht, luchtdoorlatend polstermateriaal.

In het algemeen blijft verband beter zitten als over de eerste zwachtel een tweede zwachtel in tegengestelde afrolrichting ‘kruislings’ wordt aangelegd, conform de kruisverbandtechniek van Pu??tter.

Een verband dat op de juiste wijze is aangelegd, verschaft de patiënt een aangename druk en voelt stevig aan. De eventuele pijn neemt af.

Als de pijn toeneemt of als er pijn ontstaat die bij het rondlopen niet verdwijnt, moet het verband absoluut worden verwijderd.

Elke verbandtechniek kan worden geleerd en onderwezen. Eigen ervaringen en aanpassingen zullen niet uitblijven, zodat uiteindelijk een individuele verbandtechniek zal ontstaan.

Verband van zwachtels met korte rek Bij de verbandtechniek die hier is weergegeven, gaat het om een aangepast Pu??tterverband met twee tegengesteld aangelegde zwachtels met korte rek. Deze techniek biedt grotere stevigheid van het verband waardoor, het ook beter blijft zitten.

De eerste toer begint aan de middenvoetsgewrichten van binnen naar buiten

(1). De voet wordt in een hoek van 90° gehouden. Na 2 à 3 circulaire of korenaartoeren om de middenvoet omsluit de volgende toer de hiel en loopt via de binnenenkel terug naar de wreef

(2). Met twee volgende toeren worden randen van de eerste toer extra gefixeerd. De zwachtel loopt eerst over de bovenste rand om de enkel heen

(3) en vervolgens over de onderste rand naar de voetboog

(4). Na een volgende circulaire toer om de middenvoet loopt de zwachtel over de kromming van het spronggewricht terug naar de enkel

(5), om vervolgens in steile toeren de kuit te omsluiten

(6) in overeenstemming met de vorm van het been.

Vanaf de knieholte loopt de zwachtel over de fibulakop terug naar de kuit en gaat dan beenvolgend weer naar beneden

(7) en dicht eventuele gaten in het verband. Met het aanleggen van de tweede zwachtel wordt tegengesteld van buiten naar binnen op de enkel begonnen

(8) en deze loopt dan met de eerste toer over de hiel terug naar de wreef. De twee andere toeren fixeren eerst de bovenste

(9) en dan de onderste rand van de toer rond de hiel. Aansluitend loopt de zwachtel nog een keer om de middenvoet en dan op dezelfde wijze als de eerste steil omhoog

(10) en weer terug. Als de zwachtel is aangelegd

(11) wordt deze met klemmetjes gefixeerd.

 

 

Verband van Varolast-zinklijmzwachtels

Bij zinklijmzwachtels is een tegengestelde zwachteltechniek niet noodzakelijk, omdat de fixering door de zinklijm de noodzakelijke stevigheid en duurzame draagbaarheid van het verband garandeert. Varolast-zinklijmzwachtels die in breedte en lengte elastisch zijn, maken in tegenstelling tot vroegere zinklijmzwachtels voortdurende aanpassingen mogelijk, zonder bij- of afknippen. De tweedimensionale vervormbaarheid van Varolast blijft daarbij doelgericht beperkt tot het aanleggen.

Het aanleggen van het zinklijmverband begint van binnen naar buiten

(1), op dezelfde wijze als staat beschreven op de vorige pagina’s. Na de toeren om de middenvoet en hiel moeten de toeren rond de hiel ter versteviging van het verband rond het spronggewricht worden herhaald

(2), omdat hier geen tweede tegengestelde zwachtel wordt gebruikt.

Het aanleggen om het onderbeen vindt dan op dezelfde wijze plaats zoals is beschreven bij de zwachtels met korte rek (3).

Ten slotte wordt het Varolast-zinklijmverband beschermd door een Stülpa-buisverband (4).

 

Alternatieve aanlegtechniek zodat het verband langer rond de voet blijft zitten.

Deze methode begint met een van binnen naar buiten lopende circulaire toer aan de enkel, daarna loopt de zwachtel via de binnenkant van de hiel naar de holle voet (1).

De zwachtel omsluit de middenvoet (2), loopt via de wreef naar de achillespees (3) en via de buitenste enkelknobbels weer terug naar de voetzool (4).

Na het optillen van de voetboog rolt de zwachtel, als een kruisverband is voorzien, in steile spiraalvormige toeren omhoog. Als een zinklijmverband wordt aangebracht bij gebruik van slechts een zwachtel, moeten eerst de op pagina 74 beschreven extra hiel- en bevestigingstoeren rond de enkelstreek worden uitgevoerd (5).

Alle overige toeren worden uitgevoerd zoals staat beschreven op pagina 74 en 75 (6).