Adjuvante medicamenteuze therapie

Adjuvante medicamenteuze therapie

&Een systemische behandeling van ulcus cruris venosum met de verschillende farmaca voor veneuze aandoeningen heeft vooral een adjuvant karakter, die de ontstuwing door de compressietherapie moet ondersteunen. Men onderscheidt drie groepen substanties: diuretica, vasoactieve (tonusverhogende) farmaca en oedeemprotectiva.;

Diuretica worden met name in de beginfase van de behandeling kortdurend aanbevolen voor het uitspoelen van plaatselijke, reversibele oedeemvorming. In geen geval mag echter een sterk diuretisch effect worden opgeroepen. Contra-indicaties zijn eiwitrijk oedeem en lymfoedeem.

Tonusverhogende farmaca moeten de doorsnede van de aderen verkleinen bij gelijktijdige toename van de stroom-snelheid van het bloed en afname van de viscositeit van het bloed. Het therapeutische doel van oedeemprotectiva is om via beïnvloeding van de capillaire vaatwanden de toegenomen overgang van vocht in het weefsel in te dammen. Voor beide groepen worden zowel synthetische als ook zuiver plantaardige stoffen gebruikt, zoals extracten van paardekastanjes, muizedoorn en honingklaver in mono- of combinatiepreparaten. Hoewel de effectiviteit van verschillende farmaca in het algemeen recentelijk blijkt te zijn toegenomen, kan de compressietherapie in geen geval worden vervangen.