Wondbehandeling in de granulatiefase

Wondbehandeling in de granulatiefase

Als de wondbodem schoon is, kan zich granulatieweefsel gaan vormen, vooropgezet dat ook de aan het ulcus ten grondslag liggende hemodynamische storing door een compressietherapie verder wordt gecompenseerd.

De gesteldheid van het granulatieweefsel is een belangrijke indicator voor de kwaliteit van het herstelproces. Het granulatieweefsel zelf reageert uiterst gevoelig op exogene invloeden en storingsfactoren. Het moet dan ook zo voorzichtig mogelijk worden behandeld. Rood vers granulatieweefsel hoeft niet meer te worden gereinigd en gespoeld en er is geen zalf of poeder nodig om de granulatie te bevorderen. Het granulatieweefsel moet echter permanent vochtig worden gehouden door geschikte hydroactieve verbanden. Als de wond uitdroogt, zal het weefsel verloren gaan ten gevolge van het afsterven van de cellen. Bovendien moet het granulatieweefsel worden beschermd tegen mechanische irritatie doordat cellen worden gestript bij het verwisselen van het verband. Door de eiwitrijke afscheiding en het grote aantal minutieuze haarcapillairen heeft het granulatieweefsel namelijk de neiging om extra stevig te blijven plakken.

Bij chronische ulcera doet zich vaak het geval voor dat een deel van de wond al is gegranuleerd, terwijl andere delen zich nog in de reinigingsfase bevinden.

Bij een eventueel noodzakelijke desinfectie van de wond en bij mechanische reiniging moet het granulatieweefsel worden overgeslagen.

Hydrosorb biedt zekere bescherming tegen het uitdrogen van het granulatieweefsel.

Een hydroactief wondverband, dat bijzonder geschikt is voor de vereisten van de granulatiefase, is het hydrocellulair gelverband Hydrosorb. Dit beschikt over een hoog vochtgehalte in de gelstructuur waardoor het de wond gedurende lange tijd automatisch vocht kan toevoeren zonder uit te drogen. Met name bij stagnerende opbouw van granulatie kan echter ook een behandelpoging met het schuimverband PermaFoam de moeite lonen. De specifieke werkingswijze van Hydrosorb vindt u op pagina 55.

.

Het peri-ulcereuze eczeem

Ulcus cruris venosum gaat vaak gepaard met eczeem. Het eczeem kan terug te voeren zijn op de aanwezigheid van bacteriën en schimmels (microbieel eczeem) op de beschadigde huid. Het kan ook verband houden met een contactallergische reactie op topisch toegediende geneesmiddelen.

De behandeling richt zich naar de algemene grondbeginselen van de eczeembehandeling: acuut, etterend eczeem wordt met vocht behandeld, bijvoorbeeld met vochtige gaaskompressen met adstringerende of desinfecterende oplossingen. Het uitdrogen van de huid moet daarbij echter worden voorkomen.

Subacuut of chronisch eczeem moet op andere wijze worden behandeld, waarbij uitsluitend gebruik mag worden gemaakt van allergieneutrale zalfbestanddelen en substanties. Van bijvoorbeeld Pasta Zinci en Unguentum leniens is in gelijke mate aangetoond dat ze hieraan voldoen. Een langdurige behandeling met corticoïdhoudende externa zou daarentegen moeten worden vermeden vanwege dreigende huidatrofie.