Anatomie van de beenaderen

Anatomie van de beenaderen

Volgens anatomische criteria wordt het veneuze systeem van het been onderverdeeld in het oppervlakkige of suprafasciale en het diepe of subfasciale veneuze systeem. Deze stelsels vormen een functionele eenheid door de zogenaamde verbindingsvenen.

De suprafasciale aderen liggen in de cutis en subcutis, ofwel buiten de fascia, het bindweefselvlies van het spier-stelsel. Zij zijn via talrijke zijtakken met elkaar verbonden en vormen een uitgebreid netwerk van venen, dat het oppervlaktebloed afvoert naar de diepe aderen. Door de hoge opslagcapaciteit dragen zij ook bij aan de regulering van het bloedvolume. De oppervlakkige aderen verenigen zich met de beide grote stamaderen, de vena saphena magna en de vena saphena parva. De vena saphena parva mondt in het bereik van de knieholte uit in de vena poplitea, een diepe beenader. De vena saphena magna gaat onder de liesband over in de vena femoralis, de diepe ader van het bovenbeen.

De subfasciale aderen lopen als grotere vaten inter- resp. intramusculair binnen de fascia en zijn gepaard toegewezen aan de betreffende arteriën. Zij verzamelen grote hoeveelheden bloed en voeren dit terug naar het hart, waardoor ze ook leidingaderen of transportaderen worden genoemd.

Schematische weergave van het veneuze systeem van het been
(suprafasciale aderen: donker/subfasciale aderen: licht)

1) subfasciale ader van het bovenbeen (vena femoralis)

2) aderen van Dodd

3) suprafasciale stamader (vena saphena magna)

4) subfasciale ader in de knieholte (vena poplitea)

5) achterste subfasciale ader in het scheenbeen (vena tibiales posterior)

6) aderen van Boyd

7) voorste subfasciale ader in het scheenbeen (vena tibiales anterior)

8) aderen van Cockett

9) aderboog in de voetrug

 

Oorzaken van het ontstaan [6.7]

De aderen van het onderbeen vena tibialis anterior en posterior verenigen zich met de vena poplitea, die zich verder richting het hart voortzet als vena femoralis.

De verbindingen binnen een veneus systeem, bijv. alleen in het suprafasciale, lopen via de venae communicantes. De verbindingen tussen het supra- en subfasciale veneuze systeem worden daarentegen gemaakt door talrijke perforerende venen (venae perforantes), die hiertoe de fascia ‘perforeren’. Belangrijke groepen zijn de zgn. aderen van Cockett in het enkelbereik, de aderen van Boyd onder het kniegewricht en de aderen van Dodd in het bovenbeen.

Praktisch alle aderen beschikken in meer of mindere mate over talrijke aderkleppen, die fungeren als volumekleppen. Zij zorgen ervoor dat het bloed slechts in één richting kan stromen, namelijk richting het hart ofwel vanaf de oppervlakte naar de diepte.

Schematische weergave
1) ader
2) open aderklep
3) gesloten aderklep

 

 

 

 

 

 

 

 

Doorsnede van een arterie (links) en een ader (rechts) in een spierweefsel. De arteriewanden zijn dik en bestaan uit sterk contractiele elastische vezels, waardoor ze ook bestand zijn tegen plotselinge verhoging van de bloeddruk. De aderen zijn minder contractiel gebouwd, maar beschikken over een groter volume om te voldoen aan hun afvoer- en transportfunctie.